Edelhert

(Cervus elaphus)

Het edelhert komt uit de familie van de hertachtigen en is een evenhoevig zoogdier.
In Europa is het edelhert het op één na grootste hert, alleen de eland is groter.

Het edelhert komt ook voor in Nederland, namelijk op de Veluwe, in het Weerterbos, in de Oostvaardersplassen en in Het Groene Woud tussen Tilburg, Eindhoven en ‘s-Hertogenbosch. In België is het edelhert relatief zelfdzaam.

In september begint de roodbruine zomervacht plaatst te maken voor de grijsbruine wintervacht. In december is de vacht volledig vervangen. Het mannetje (hert) kan wel tot 225 kilo zwaar worden, bij de vrouwtjes (hinde) is dit zo’n 150 kilo.

Enkel het hert draagt een gewei dat gemiddeld zo’n 70 cm lang is maar dat ook uit kan groeien tot meer dan 90 cm. Het gewicht van zo’n gewei kan dan wel 10 kilo bedragen. Hoe meer vertakkingen het gewei heeft, hoe ouder het dier over het algemeen is. Het gewei wordt elk jaar afgeworden, dit komt door de invloed van geslachtshormonen. Na het afwerpen begint direct het nieuwe gewei te groeien.

Edelherten zijn tolerante dieren ten aanzien van verschillende biotopen en komen in vele verschillende gebieden voor. Zowel droge loofbossen en heidevelden als in hele vochtige milieu’s als venen en moerassen. Ze eten, als herbivoren zijnde, uitsluitend plantaardig voedsel. Ze eten onder andere gras, zegge, bies, heide, boomschors, knollen, wortels, vruchten, zaden, knoppen, scheuten en loof van bomen en struiken zoals de wilg, spar of hulst. Ook landbouwgewassen lusten ze graag.

Edelherten zijn de hele dag door actief, maar in gebieden met veel menselijke activiteit laten ze zich vooral vroeg in de ochtend en laat in de avond zien. ’s Ochtends trekken ze meestal naar de graslanden om daar te grazen.

Het edelhert is bejaagbaar van 1 augustus tot en met 15 februari.