De Kraamkamer

De kraamstal of kraamkamer, daar begint het nieuwe leven! Een zeug (moedervarken) is 115 dagen drachtig (of zwanger). Ongeveer een week voordat zij biggen krijgt (werpt), wordt zij verplaatst naar de kraamstal. Hier liggen de zeugen individueel in een hok met stro, waarin ze vrij rond kunnen lopen en eveneens naar buiten kunnen, weliswaar in een aangrenzend hok. Het stro gebruiken de zwangere dames vlak voor het werpen om hun nestgedrag te uiten.

In een klein deel van het kraamhok kan de zeug niet komen; het biggennest. Dit zorgt ervoor dat de biggen een veilige en warme vluchthaven hebben. Het grootste gevaar voor biggen die geboren worden is namelijk dat de moeder er bovenop gaat liggen. In het biggennest kunnen de biggetjes zo veilig luieren en slapen. In de wintermaanden zorgt de vloerverwarming en een warmtelamp in dit nest voor de nodige warmte. In de rest van het kraamhok is het koeler, aangezien dit voor de zeug prettiger is.

Samen blijven de zeug en haar biggen 6 weken in het kraamhok. Als de biggen minimaal 40 dagen oud zijn, worden de biggen gespeend. Dit houdt in dat de zeug bij de biggen weggaat en andersom. Bij ons is dat altijd op vrijdag, de speendag. Elke vrijdag worden er 3 tot 4 zeugen gespeend.

Op de speendag gaan de zeugen vanuit de kraamstal naar de dekstal en gaan de biggen van de kraamstal naar de gespeende biggenstal. Voor de grote en kleine varkens een stressvol moment waarbij de nodige zorg en aandacht nodig is.