Haas

(Lepus europaeus)

De haas is een zoogdier dat net als o.a. het konijn tot de orde van de haasachtigen behoort. De haas komt voor op de open gras- en landbouwgebieden in Europ en aangrenzende delen van Azië.

De haas heeft een langwerpig lichaam, lange krachtige achterpoten en grote oren (lepels). Deze europese haas heeft een grijzig geel tot roestbruine vacht die dient als camouflage. De buik is grijzig wit van kleur, er zijn echter veel kleurvarianten waaronder bijvoorbeeld zandkleurig, albino of zelfs geheel zwart. De jonge dieren zijn te herkennen aan een witte vlek op hun kop. Het mannetje (rammelaar) komt in de rammeltijd op het vrouwtje (moertje) af en verzameld zich in groepen. Ze ruiken onder de staart van het moertje of ze ontvankelijk is.

De haas ruit twee keer per jaar, in de lente en in de herfst. De zomervacht is lichter van kleur dan de meer rossige wintervacht. De vacht is dicht en zacht en bestaat uit drie haartypen: een ondervacht met haren van 15 mm, donsharen van 24 tot 27 mm en dekharen van 32 tot 35 mm. De ogen zijn groot en goudbruin en worden omringd door lichtere vacht.

De haas komt eigenlijk overal voor, zowel in open als in bosachige streken en van drassige gebieden tot in halfwoenstijen. Zijn voorkeur gaat uit naar gematigde open en half-open grasvelden als (cultuur)steppen en weilanden. De haas leeft van de grassen, kruiden, klavers en kruisbloemigen die in deze weilanden te vinden zijn. Aangevul met knoppen, zaden, twijgen en landbouwgewassen. Met de tanden wordt het voedsel afgesneden. Hij kauwt langere tijd op het voedsel voordat hij het inslikt. De haas drinkt slechts zelden en haalt het meeste vocht uit zijn voedsel.

De haas is bejaagbaar van 15 oktober tot en met 31 december.